blog  
   
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 
Terug naar school
(september 2007)

Alweer dus een nieuw schooljaar van start gegaan. Een jubileumjaar waarin u, van september tot juni, één keer per maand, op deze plaats een stukje van mij mag verwachten. Een aantal maanden geleden werd ik benaderd door uw directeur met het voorstel om het gedenkboek te schrijven naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het Sint-Janscollege. Dat verraste me in diverse opzichten. Eén: dat hij daarvoor net op míj een beroep deed. Oké, ik ben journalist en heb enige ervaring in het publiceren van boeken, maar onder de oud-leerlingen van die vijf decennia zijn er wel meer met die kwalificatie. Hadden al die anderen afgehaakt? Was ik zevende keus? Nee, ik was de eerste aan wie hij het vroeg, verzekerde de directeur me. Dat gebeurde blijkbaar na wat goede raad van zijn voorganger Julien Ickx, die in een nóg vroeger leven mijn leraar Engels en Duits was. Tweede bedenking die ik me onmiddellijk maakte: bestaat het college echt nog maar 50 jaar? Toen ik hier leerling was – van 1971 tot 1977 – had ik er nooit bij stilgestaan dat de school pas in 1957 was opgericht. Dat persoonlijke misverstand had natuurlijk alles te maken met de lange voorgeschiedenis van het kasteel. Maar de Aalmoezeniers van de Arbeid, die begonnen in Meldert met een college inderdaad pas in 1957.

Het boek moet in mei 2008 verschijnen. De afgelopen maanden heb ik me op het voorbereidende werk gestort. Een belangrijke leidraad daarbij was het prachtige project ‘Mondelinge geschiedenis’, dat de leerkrachten Luc Minten en Tanja Keuppens op touw hebben gezet. Zij lieten leerlingen van nu op zoek gaan naar getuigenissen van oud-leerlingen. Voor mij heel waardevolle informatie, die ik met veel aandacht heb bestudeerd en waarvan ik zeker gebruik zal maken. Aan de andere kant: een grote dosis waakzaamheid is geboden. Want niks zo misleidend als het geheugen. Vraag dat maar eens aan rechters. Zij maken het geregeld mee dat twee onbevooroordeelde getuigen, zonder de minste kwade bedoelingen, een totaal tegenovergestelde versie van een voorval geven. Ik mag dus niet klakkeloos overnemen uit de mond van een oud-leerling dat gewezen premier Leo Tindemans hier heeft gestudeerd – wat vanwege diens hoge leeftijd trouwens onmogelijk het geval geweest kan zijn. Nee, de oud-leerling bedoelt de voormalige minister Karel Pinxten, weet ik toevallig. En zo ben ik al meerdere anomalieën tegengekomen. Nog één zo’n voorbeeld: iemand heeft het in zijn getuigenis, zonder een zweem van ironie, consequent over de pater Jef Fagot. De oren van Jef Henrotte, die op dit ogenblik zijn aalmoezenierswerk in het verre Brazilië verricht, tuiten er waarschijnlijk nog van.

Voor het boek put ik onvermijdelijk ook uit mijn eigen herinneringen. En ook die moet ik eerlijkheidshalve met evenveel scepsis benaderen. Maar van sommige zaken ben ik tweehonderd procent zeker. Om maar iets te noemen: de bijnaam van de minzame buschauffeur die ons, West-Vlamingen, na drie weken internaat naar huis bracht en ons twee dagen later weer op de school afleverde, luidde ‘Gimondi’. Vanwege de fysieke gelijkenis met de bekende Italiaanse wielrenner Felice Gimondi, die in 1973 wereldkampioen werd. Nooit meer iemand met zoveel hoofse souplesse een versnellingspook zien behandelen als onze chauffeur Gimondi in die jaren. In de buurt van het rond punt van Groot-Bijgaarden hield de bus altijd even halt op de pechstrook. Dan klonk door de microfoon de gortdroge mededeling: ‘Vinkenzetting!’ Waarna we allemaal uitstapten om, op één lang lint, te plassen tegen de struiken in de berm. Ja, ja, dat kon toen nog allemaal vlotjes op de Brusselse Ring. De file-tsunami moest nog worden uitgevonden.

In juni van dit jaar verbleef ik meerdere dagen in het kasteel. Onder meer voor het doornemen van alle jaargangen van het collegetijdschrift, dat eerst Post voor u heette en daarna transformeerde in Meldertsche Tijdinghen. Traag schuifelde ik die dagen door de gangen. Ervoor beducht dat de geest van broeder Christoffel misschien nog in het kasteel rondwaarde. In de jaren zeventig moesten we ons van hem daar altijd met ingehouden tred voortbewegen. ‘Typisch voor een gierige Nederlander’, zeiden we tegen elkaar. ‘Hij denkt dat dat minder slijtage voor het parket oplevert.’ Soms riep broeder Christoffel ons boos toe: ‘Als ik jullie nog één keer zie hollen, laat ik de vloer eruit nemen!’ We achtten het niet uitgesloten dat hij op een dag werkelijk de daad bij het woord zou voegen. 

De komende weken ga ik mijn leraren van weleer interviewen. De Oude Chinezen geloofden dat hen vlak vóór de reis naar het hiernamaals twee vragen zou worden gesteld: ‘Heb je vreugde in het bestaan gevonden? En heb je vreugde gebrácht?’ Diezelfde vragen wil ik ook mijn voormalige docenten en opvoeders voorleggen. En nog veel meer. Dertig jaar later zijn de rollen omgedraaid: nu mag ik hén eens overhoren. De toets(steen) van hun loopbaan in het onderwijs. Ach, journalistiek, het blijft de eretribune van het leven.

Maar straks, tijdens het schrijfproces zelf, heb ik weer zitvlees nodig. In het Engels dat ik van meneer Ickx heb geleerd, heet dat: ‘No pain, no gain.’ 

 
 

 

Van september 2007 tot juni 2008 houdt journalist Manu Adriaens hier een maandelijkse weblog bij. Hij is een oud-leerling van het Sint-Janscollege (1971-1977) en schrijft het gedenkboek dat in mei 2008 verschijnt naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van de school.

Manu vroeger

Manu vroeger

manu nu

Manu nu

1957-58

1957-58