Als de heren en dames politici niet uitkijken, ben ik eerder klaar met mijn boek dan zij met hun regering. Mijn formatiegesprekken verlopen vlot, dank u. De afgelopen weken heel wat oud-leraren van mezelf uit de jaren zeventig opgezocht, wat toch elke keer weer een aparte ervaring was. Vooraf de vraag: in welke mate zal hij fysiek veranderd zijn? Dat bleek in de praktijk meestal zeer mee te vallen. O ja, natuurlijk meer dan eens een gezellig embonpoint gezien, van het goeie leven na de pensionering wellicht. En helaas, al even onontkoombaar, hier en daar ook de sporen van het toeslaan van ziekte of ander verval, de weg die alle vlees gaat. Maar overal was ik van harte welkom.
Eén van de oud-leraren gaf me aan de voordeur terloops mee dat ik net op zijn 50ste huwelijksverjaardag binnenviel. We hebben er twee Hoegaardens op gedronken. Elders werd hard aangedrongen dat ik zou blijven voor de lunch, nog op andere plaatsen werden speciaal ter ere van mijn komst pannenkoeken gebakken of flessen Chateau Neuf Du Pape ontkurkt. Het scheelde niet veel of iemand liet zelfs het gemeste kalf slachten om de terugkeer van de verloren zoon te vieren.
Mijn Oscar voor de best geconserveerde oud-leraar? Die gaat naar Karel Carmeliet. Altijd al een kampioen geweest in het voorkomen van slijtage. Zo zit het in mijn herinnering: bij het binnenrijden van het schooldomein zette hij doorgaans de motor van zijn witte Volkswagen Kever uit, want de afdaling richting kasteel ging toch vanzelf. Een visionair staaltje van M.O.S. , in de tijd dat mevrouw Tomballe nog haar schouders niet onder dat project zette.
Nu we het toch over het welzijn van onze planeet hebben: wat is tegenwoordig de meest onderschatte vorm van milieuvervuiling? Volgens mij: lawaaihinder. De Vlaming moet vandaag 18 keer zoveel decibels verwerken als een Vlaming in 1957, het jaar waarin het Sint-Janscollege werd opgericht. Geprezen zij dus het Meldertse bos, met zijn akoestische gordel van stilte rond deze school. ‘Dit is toch een fantastische Hof van Eden waarin ik mag lesgeven, hé’, glimlachte leraar Dirk Vanderlinden spontaan, toen ik hem enkele weken geleden interviewde. Nu ja, complete stilte zul je ook hier niet vinden. De Nederlandse dichteres Henriette Roland Holst, die in 1952 stierf, wist het al: ‘De stilte van de natuur heeft veel geluiden.’
Wat vindt u trouwens van de opmerking van de hedendaagse Nederlandse schrijver Thomas Rosenboom? Hij vraagt zich verbaasd af: ‘Waarom is er op de speelplaats van scholen zoveel meer lawaai dan vroeger?’ Waarmee hij maar al te goed beseft dat hij een taboegevoelig onderwerp aanraakt, want: ‘Alles wat je erover zegt, wordt meteen in de richting van onderdrukking geduwd. Terwijl ik juist het tegendeel vind: als je het schreeuwen laat ophouden, krijg je meer vrijheid dan je verliest. Niemand kan schreeuwend een grap vertellen, niemand kan denken in herrie.’
Daarom pleit Rosenboom voor een experiment: een school waar niet geschreeuwd wordt. ‘Stel je voor, wat een rust. En het zou goed zijn voor de kinderen zelf. Ze zitten altijd maar in de herrie. Daar word je toch dol van? Misschien moeten we onze kinderen ook weer gewoon eens naar de kerk sturen. Niet voor de godsdienst, maar omdat daar een sfeer heerst waar je eerbied voor moet leren opbrengen. Want dat hebben ze nooit geleerd: een sfeer niet verstoren.’
Voor mijn boek over het Sint-Janscollege bel ik Piet Chielens op. Toen ik in Meldert studeerde, zat hij als leerling enkele jaren hoger. Nu is hij de coördinator van het In Flanders Fields Museum in Ieper. ‘Wat is het belangrijkste dat je aan het Sint-Janscollege hebt overgehouden?’ vraag ik hem. Piet hoeft geen seconde na te denken: ‘Ik ben daar een minnaar van de stilte geworden. Dat krijg ik geregeld van familie en vrienden te horen: hoe goed ik kan zwijgen.’
Wat een zeldzaam talent van Piet in deze eeuw van decibellentirannie! Mij overvalt soms al een halve oorontsteking door al het geklets en gezwets dat ik – in trein en op andere publieke plaatsen – iedereen in zijn gsm hoor kakelen. Op schelle toon, uiteraard. Ooit haal ik nog het Guinness Book of Records als de allerlaatste journalist zonder mobiele telefoon. Alvast één (oor)verdovend middel waaraan ik niet verslaafd ben. En ook niet aan dé drug bij uitstek van de geluidsjunkie: de mp3-speler. In Vlaanderen heeft vandaag 16 procent van de 18- tot 30-jarigen een gehoorschade van meer dan 40 procent. Als die trend zich voortzet, is in 2030 de helft van de bevolking gehoorgestoord. Hoort u mij?
De West-Vlaamse zanger Willem Vermandere is in de loop van het 50-jarig bestaan van de school hier een paar keer komen optreden. Ik heb hem altijd een moderne profeet gevonden, met de vinger heel precies op de pols van de tijdgeest. Hij ergert zich mateloos aan de terreur van de muziek, die vandaag overal luid uit de boxen knalt. Zijn voorspelling: ‘Er gaat nog een tijd komen dat je zult moeten bijbetalen om in een café in een kamertje te zitten waar geen muziek is.’
Ach, laat ik ophouden met deze persoonlijke klaaglitanie. Leest u misschien gewoon mijn pamflet Lof der stilte, dat halverwege deze maand bij de uitgeverij Davidsfonds verschijnt. Op zondag 11 november signeer ik dat boekje op de Boekenbeurs in Antwerpen. Leerlingen van het Sint-Janscollege krijgen 20 procent korting. Enige voorwaarde: een schriftelijk bewijs van goed gedrag en zeden, ondertekend door meneer Meulemans.
Nu ga ik op het kerkhof van Meldert een foto nemen van het graf van de zwarte leerling Laurent Badibanga, die in 1965 verdronk tijdens het zwemmen. Uit het lied De stilte van Stef Bos: ‘Neem een voorschot op de dood:/ voel de stilte om je heen./ Wie de zwijgzaamheid verdragen kan/ voelt zich nooit alleen.’ |