blog  
   
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 
Welterusten, meneer de surveillant
(maart 2008)

Toen het Sint-Janscollege nog een internaat was, kreeg elke leerling op de eerste schooldag de plaats aangewezen waar hij de komende maanden moest slapen. Voor de jongsten was dat een bed in de open slaapzaal, boven in het schoolgebouw, waar de bedden en kastjes zonder tussenschotten in rijen stonden opgesteld. Privacy? Nihil. Iedereen kon iedereen zien en horen. De zaal telde twee vleugels, die elk een surveillant hadden. Met één blik kon die het hele landschap overschouwen en vaststellen wie er aan het babbelen was. Want er was absolute stilte geboden. Een leerling die iets nodig had van een andere leerling, moest daarvoor eerst de toestemming gaan vragen bij de surveillant.
     Na een paar jaar belandde je in de chambrettenzaal, op de gelijkvloerse verdieping van het wagenhuis. Zo’n chambrette was een houten vertrekje, dat de intern de illusie gaf dat hij een eigen kamertje had. De ingang was afgesloten met een gordijn. Vic De Donder in zijn boek Kom eens naar mijn kamer over het vroegere collegeleven in Vlaanderen: ‘In zijn chambrette was de intern thuis. Het was zijn plekje. Als de reglementen het toelieten, kon hij de binnenkant met affiches en foto’s een persoonlijk tintje geven. Zijn kastje was een brok warme gezelligheid, gevuld met een eigen geur. Hij schikte het naar believen. Hij kon er ook herinneringen bewaren, als dan niet toegelaten voorwerpen, snoepgoed, fruit, of dierbare objecten die hem, bij het bekijken alleen al, in gedachten ver weg van het college voerden, naar huis, bij moeder, bij vader, bij broers of zussen, vriendjes of... vriendinnen.’

Er was nog een derde variant, namelijk voor degenen die met meerdere broers tegelijk in het college waren. Tijdens schooljaren dat het leerlingenaantal heel hoog was, kregen die gezinsleden samen een sobere kamer in het kasteel. Dat genoegen viel onder meer de West-Vlaamse broers Mouton (van wie Francis nu voor de Aalmoezeniers in Brazilië werkt) in de jaren zeventig te beurt. Een oud-leerling bekent: ‘Wij waren jaloers op hen. Want hoeveel privacy hadden wij eigenlijk in onze chambrette? Er was een lavabo, een spiegel, een bed en een kast. Die kon niet eens op slot, zodat de paters overdag altijd de gelegenheid hadden om de inhoud te controleren. Op zoek naar een draagbaar radiootje dat we stiekem van thuis hadden meegebracht of iets anders. Je rook ook altijd van alles bij de anderen: schoensmeer, geschild fruit, zweetvoeten, een lavabo die weer eens verstopt was, de aanpalende toiletten... Om nog te zwijgen over het nachtelijke gesnurk, want onze chambrette was open aan de bovenkant. Als we ’s ochtends gewekt werden, moesten we onze lakens en dekens meteen over de voorkant gooien. Zo kon de surveillant zien dat we wel degelijk uit ons bed waren. Was er tijdens een inspectie vastgesteld dat iets niet in orde was of dat er te veel chaos in je chambrette heerste, dan verdween je gordijntje voor enkele dagen. Iedereen kon dan in het voorbijgaan zomaar bij je binnenkijken. Op de slaapzaal van de kleintjes zag de straf er anders uit. Pater Henrotte durfde daar je schoenen of zo door het raam te zwieren, waarna dat in het bos terechtkwam. Trek je plan!’

Niks menselijks was de internen van het Sint-Janscollege vreemd. Ook slaapwandelen niet. Bericht uit een Meldertsche Tijdinghen van het schooljaar 1979-’80: ‘In de nacht van vrijdag op zaterdag kroop een leerling van het vijfde jaar uit zijn bed, trok zijn KSA-shirt en zijn pantoffels aan, en ging naar zijn klas in het kasteel. Hij zette zich neer, nam het boek Ontsnapt langs Krakatau van Alistair MacLean uit zijn bank en legde dit voor zich neer. Pas toen ontwaakte hij. Op dat moment merkte hij dat hij in de klas zat en niet in zijn bed. Toen is hij in het holst van de nacht teruggekeerd naar de slaapzaal, waar hij bekwam van zijn nachtelijk avontuur en al spoedig insliep.’
     ’s Nachts gebeurde er wel meer. ‘Vooral op 1 april moest ik waakzaam zijn’, glimlacht Jaak Kerkhofs. Peter Van Nerum, die begin jaren tachtig als opvoeder de chambrettenzaal onder zijn hoede kreeg: ‘Ook als er iemand verjaarde, was ik dubbel zo alert. Want dan liep de betrokkene het risico dat zijn kast door de anderen overhoop werd gehaald.’
     Onder de mondelinge getuigenissen van oud-leerlingen voor mijn boek kreeg ik te maken met heel wat sterke verhalen over nachtelijke escapades. Wellicht zijn die met het verstrijken van de jaren een beetje aangedikt en moeten sommige met een korrel zout worden genomen. Maar si non è vero, è ben trovato. Daarom enkele van die manoeuvres in the dark op een rijtje.
     Een leerling uit de jaren zeventig: ‘Op een avond – de lichten op de slaapzaal waren nog niet uit – zijn we met een tiental jongens de auto van pater Geladé in het midden van een grasperk gaan deponeren. Een kwartier later was dat al ontdekt. Een boze surveillerende pater Roymans door de luidsprekers: “De daders zetten die wagen nu onmiddellijk terug op zijn oorspronkelijke plaats!” Dat hebben we toen met ons groepje, in pyjama, gedaan. Onze penitentie de daaropvolgende dag: tijdens elke speeltijd bladeren bij elkaar harken.’
     Een generatiegenoot van hem: ‘Op tijd en stond eens een watergevecht, het kon zo’n deugd doen. Daarvoor vulden we ballonnen met water en gooiden die dan naar elkaar. Of we deden een nachtelijke wandeling naar Beauvechain.’
     En tot slot een getuigenis uit de jaren tachtig: ‘Het mythische verhaal deed de ronde dat er in de kasteeltoren een piano stond die vanzelf begon te spelen bij volle maan. Met enkelen zijn we op zo’n nacht uit de chambretten geslopen om in de toren een kijkje te gaan nemen. Je moet je dat voorstellen: elk moment kon je op de trap een pater tegenkomen. Zij waren de spoken van het huis. Natuurlijk geloofde niemand van ons die onzin over de piano, maar één keer tijdens je verblijf in Meldert moest je die beangstigende trip ondernomen hebben.’

 
 

 

Van september 2007 tot juni 2008 houdt journalist Manu Adriaens hier een maandelijkse weblog bij. Hij is een oud-leerling van het Sint-Janscollege (1971-1977) en schrijft het gedenkboek dat in mei 2008 verschijnt naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van de school.

 


slaapzaal


chambrette