blog  
   
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 
De blijde intrede van de lekenleraren
(februari 2008)

Het ontstaan van het Sint-Janscollege in 1957 viel samen met de toenemende secularisering van het katholiek onderwijs in Vlaanderen. In zijn boek Kom eens naar mijn kamer over de geschiedenis van het Vlaamse collegeleven noemt Vic De Donder twee factoren die een beslissende rol speelden in het steeds meer aantreden van lekenleraren op het einde van de jaren vijftig. Eén: het Schoolpact van 1958, waardoor de leken die over de vereiste diploma’s beschikten, hun wedde rechtstreeks kregen uitbetaald. En twee: de invoering van de splitsingsnormen, zodat de grote klassen definitief verleden tijd werden en de vraag naar leraars spectaculair toenam.
      De allereerste leek in het Sint-Janscollege was de Limburger Gust Mathys: hij kwam in 1957 mee met de paters vanuit Argenteuil. Kamiel Henskens, opgegroeid in het dorp Meldert, begon als leraar van het voorbereidende jaar op 1 september 1959. Hij ging elke avond naar huis, in tegenstelling tot Gust Mathys, die een eigen kamer had in het kasteel en een hele week ‘intern’ was. Ook Leon Cuypers uit Eksel en Rik Arits uit Bocholt, beiden net afgestudeerd als regent aan het Brusselse Sint-Thomasinstituut, kregen bij het begin van het schooljaar 1960-‘61 zo’n kamer toegewezen. Rik Arits, niet de grootste mens van de planeet, over hun eerste dag: ‘Leon en ik stonden daar een beetje onwennig tussen de leerlingen die door hun ouders werden gebracht. Eén van die jongens vroeg me opeens: “En in welk jaar zit jij?” Tja, ik was pas 21 jaar en dan zie je niet zo goed het verschil tussen een retoricastudent en een kersverse leraar, zeker?’
      Het Sint-Janscollege zou nog lang de traditie bewaren van inwonende lekenleraren. Ook Martin Umans, André Vandewal, Jaak Schouteden, Karel Carmeliet, Jef Ulenaers, Hervé Tavernier, Luc Bonami, Jan Van Looveren en anderen leefden enige tijd als kasteelheer. Geert Ingelbeen, die in Meldert lesgaf van 1979 tot 1984, was de laatste in dat rijtje. Het waren jonge leraren die nog niet getrouwd waren, wat niet zelden aanleiding was voor grapjes in het collegeblad. Zoals Jef Ulenaers in januari 1972 mocht ondervinden: ‘Reeds zeven dagen is dit schrikkeljaar gevorderd. De heer Ulenaers wordt ongeduldig. Waar blijven die vrouwen toch die naar oud-Limburgs gebruik in het schrikkeljaar de mannen aanzoeken?’

Allemaal hebben ze hun eigen verhaal over hoe ze in Meldert terechtkwamen, die leken van de eerste generatie. Raymond Van Dycke, zoon van een vlasarbeider uit het Oost-Vlaamse Meetjesland, was al getrouwd en had zelfs al een baby, toen hij begin jaren zestig zijn militaire dienstplicht vervulde. Op een dag kreeg het jonge echtpaar Van Dycke het bezoek van pater-directeur Arnould en pater Dirckx. Of hij misschien de lesuren geschiedenis van laatstgenoemde wilde overnemen? Zo kon Raymond Van Dycke in 1962 in het Sint-Janscollege aan de slag voor een halftijdse betrekking. Dat laatste kwam hem niet eens slecht uit: hij moest nog zijn licentiaatsthesis afmaken en slagen voor zijn aggregaat (= een bijkomende pedagogische opleiding die licentiaten hoorden te volgen).
      Het was een tijd waarin scholen zelf ijverig op zoek gingen naar pas afgestudeerden om ze als nieuwe leerkracht in te lijven. Ook Julien Ickx had meerdere aanbiedingen op zak. Bij hem kwam in datzelfde jaar 1962 directeur Arnould in het gezelschap van pater Groenen aan de deur. Ickx kreeg onmiddellijk een voltijdse job aangeboden, maar toch aarzelde hij. Op de fiets ging hij eens poolshoogte nemen in Meldert, waar hij onder de indruk raakte van het kasteel. Een vurige preek van pater Martin Geladé haalde hem helemaal over de streep.
      Ja, híj weer. Martin Geladé, de man die de nieuwe leerlingen voor het college ronselde, had ook een belangrijke stem in de aanwerving van de leraren. Een goede maatstaf voor hem om te weten of iemand in aanmerking kwam voor het leraarschap in het Sint-Janscollege, was even navraag doen bij de pastoor van de gemeente. Was de betrokkene actief geweest als leider in een jeugdbeweging? In het geval van Leon Cuypers bijvoorbeeld was het antwoord: ja. Hij had een verleden als KSA-leider. Geladé: ‘Voor mij was dat al veelzeggend. Dat wees op engagement. Ik wilde zoveel mogelijk het type leraar vermijden dat alleen maar zijn uren kwam kloppen.’

Het wonderlijkste verhaal in verband met de aanstelling van een leerkracht komt uit de mond van Karel Carmeliet. ‘Ik was leider van de Chiro in de Brusselse deelgemeente Sint-Agatha-Berchem. In de zomer van 1966 waren we op kamp in Noord-Frankrijk. In juni had ik mijn diploma klassieke filologie behaald en rond 15 augustus dacht ik: tegen 1 september wil ik werk hebben. Daarom fietste ik in m’n eentje, één dag vroeger dan voorzien, terug naar huis. Aan de basiliek van Koekelberg, op de hoek van het Heilig-Hartcollege – de school waar ik mijn humaniora had gevolgd – stond ik voor een rood licht. Het raampje van de auto naast mij ging naar beneden: “Kunt u mij zeggen welke richting ik uit moet voor dit adres?” Ik bekeek het briefje: mijn naam, mijn adres! Het was Martin Geladé. Omdat ik wist dat er in het Heilig-Hartcollege een spreekkamer was, zei ik spontaan: “Komt u binnen.” Hij heeft zijn wagen geparkeerd, we zijn naar binnen gegaan en we hebben wat gepraat. Met als resultaat: ik had al mijn plaats als leraar nog vóór ik thuis was. Zelf hou ik het op een bizarre samenloop van omstandigheden, maar Martin Geladé heeft er altijd de hand van de Voorzienigheid in ervaren.’

 
 

 

Van september 2007 tot juni 2008 houdt journalist Manu Adriaens hier een maandelijkse weblog bij. Hij is een oud-leerling van het Sint-Janscollege (1971-1977) en schrijft het gedenkboek dat in mei 2008 verschijnt naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van de school.

 

 


Kamiel Henskens


Leon Cuypers


Rik Arits


Raymond Van Dycke


Karel Carmeliet

Foto's Mine Dalemans