PROEF 9: RUGBYBALTRAPPEN (KICKING THE BALL)

 

PLAATS:  GRASVELD ACHTER DE KAPEL

 

TOEGELATEN AANTAL SPELERS PER PLOEG:   7

 

BEDOELING: DE RUGBYBAL ZO VER MOGELIJK WEGTRAPPEN BINNEN EEN AFGEBAKENDE ZONE ZODAT EEN VAN DE ANDERE PLOEGLEDEN DE BAL KAN PAKKEN VOOR DEZE DE GROND RAAKT.

 

OMSCHRIJVING EN SPELREGELS:

 

De 2 captains tossen, de winnaar beslist wie er begint; vanaf dan trappen de ploegen om beurt.

Eén van de spelers legt de bal klaar (vast punt) en trapt hem in de richting van de ploegleden (catchers). Deze trachten de bal te vangen vooraleer hij de grond raakt en dit binnen de afgebakende zone. Enkel dan is de poging geldig.  De afstand tussen de plaats van aftrap en de plaats waar de bal voor het eerst werd aangeraakt door één van de catchers telt als  score. Dit wil zeggen dat de bal door meerdere catchers mag aangeraakt worden, maar dat de afstand wordt gemeten tot op de plaats waar het eerste balcontact gebeurde.

De  grootst bereikte afstand telt als resultaat .

 

SCORE:

 

De ploeg met de grootste afstand krijgt 50 punten, de tweede 48,

de derde 46 . . . en de ploeg met de kleinste afstand 4 punten.