PROEF
6: STROBAALGOOIEN ( SHEAF TOSSING)
PLAATS:
SPEELPLAATS, ZANDBAK VOOR DE
KAPEL
TOEGELATEN
AANTAL SPELERS PER PLOEG: 7
BEDOELING: MET BEHULP VAN EEN GAFFEL EEN BAAL STRO ZO
HOOG MOGELIJK OVER EEN BALK GOOIEN. ELKE SPELER KRIJGT 4 POGINGEN
EN MAG TELKENS
ZELF BEPALEN WELKE HOOGTE HIJ WIL AANPAKKEN.
OMSCHRIJVING EN
SPELREGELS:
MINIMUMHOOGTE:
2.60 M.
GEWICHT
VAN DE BAAL STRO: ± 10 KG.
LENGTE
VAN DE GAFFEL: 1.63 M.
De
captains tossen; de winnaar mag als eerste gaffel en strobaal kiezen.
De captain meldt aan de scheidsrechters op
welke hoogte een poging zal ondernomen worden door één of meerdere van zijn
spelers en herhaalt dit telkens de lat mag verhoogd worden.
De
lat kan nooit lager geplaatst worden. Ze wordt telkens met 20 cm. of een
veelvoud daarvan verhoogd. Er hoeft NIET op elke hoogte gegooid te worden!
De
baal stro mag enkel met de gaffel aangeraakt worden en die moet gedurende
de
hele duur van de poging in de handen gehouden worden.
Een
poging is geldig wanneer de baal stro de lat overschrijdt zonder dat deze
laatste valt.
SCORE:
De beste poging van elke speler telt, het
eindresultaat is de som van de best
geslaagde poging van elk van de 7 spelers.
De ploeg met de hoogste totaalscore krijgt 50
punten, de tweede 48, de derde 46, . . . en de laatste ploeg 4 punten.