Zondag 26 april 2009. Besmeurde koetsen rijden door Meldert , veel Belgen maken zich op voor Luik-Bastenaken-Luik. Niet zo voor 10 overlevers van de lichting Latijnse 1980 want zij hebben afgesproken in de Stoofpot. Het is de tweede bijeenkomst sinds we de grote wereld instapten en o wonder we hebben het nog gevonden : in volgorde van aankomst : Johan (als winnaar mocht hij vroeger naar huis), Francis, Ludo, Dirk, Jean-Pierre, Ad, Peter, Bart, Patrick en Alain. Sommigen hebben hun haren verloren maar gelukkig niet hun streken. We verwijlen even bij onze overleden collega Peter Delbeke, begrijpen ten volle de afwezigheid van Dominiek die een wilde familiefuif verkoos boven ge-emmer over het verleden, tolereren met een zeker dédain de afwezigheid van de werkende klasse Wim en E.H. Jan maar kunnen er niet over dat Jef afwezig is : noch een communiefeest noch een eindronde voetbal mogen als excuus gebruikt worden om oude vrienden te laten vallen.
Omdat dergelijke reünies nogal vlug verworden tot sentimentaliteit (“in onze tijd, was het eten veel gezonder, ....”) of tot elkaar de loef afsteken (“een gans jaar strafstudie”, “4 evangelies overgeschreven”,...) en de historici uit deze klas nogal pedant durfden overkomen (“neen, collega, het was niet .... maar wel ... , ik refereer naar het standaardwerk van 50 jaar Meldert op p. ...), had Ad , de begeleidende pedagoog, ervoor geopteerd om van ons samenzijn iets nuttigs te maken. We zouden de rechtsregels voor internen actualiseren zodat deze niet meer zoals wij met de wetten van Hammurabi zouden geconfronteerd worden maar met een moderne codex vanuit het perspectief van de neo-scholastiek.
Terwijl de echtgenotes zich vergaapten aan de exploten van Philippe Gilbert, Andy Schleck en andere krachtpatsers, togen wij onder de bezielende leiding van Alain aan het juridisch veldwerk waarbij we onze ervaringen als leidraad namen. Een greep van weerhouden strafmaten : achterom kijken in de studie : het scheurend geschiedenisschriftje (dhr. Bonami), praten in de studie : 25 bladzijden (Dhr. Geladé, kleinzoon van...), aanstootgevend rondlopen in de studie :een week op de knieën (zelfde bron), één maal “babbelen” in de mis : het Lucasevangelie overschrijven - een tweede keer : de Handelingen van de Apostelen (allebei E.H. Henrotte) , een derde keer : excommunicatie (“nieuw “en dit zou analoog zijn met de strafmaat in de VS voor recidivisten); een medeleerling zonder schoenen op de keitjes droppen : 100 bladzijden waarbij formaat zelf mag gekozen worden (dhr. Meulemans),.... Lijfstraffen (dhr. Tarzan) of poetsen (iedere surveillant die zichzelf respecteerde als het bijna woensdag was) lijken ons voor contemplatieve studierichtingen niet meer aangewezen.
Ons enthousiasme zorgde ervoor dat Johan bijna vergat naar huis te gaan en dat Tony erbij kwam zitten met een verhaal over de vreselijke straf die hij gekregen had van de Zak toen hij als interne Meldertiaan thuis overlevingspaketten was gaan halen. Omdat E.H. Kerkhofs voor ons de poorten van het paradijs moest openen, weigerden wij deze strafmaat (evenals alle andere van dezelfde auteur) in onze codex op te nemen (zie voor Tony”s straf dus het standaardwerk 50 jaar Meldert) met als argument : goedheid gaat boven rechtvaardigheid. Tony’s teleurstelling hierover verdween toen wij hem bij het afscheid verzekerden dat de Stoofpot ook inzake prijs-kwaliteitsverhouding beter scoorde dan het Jamkot.
Een wandeling door het verboden bos bracht ons aan het “kasteel”. Daar opende E.H. Kerkohofs alle deuren van zowel hel als vagevuur –het paradijs was voorbehouden voor de paters- en sloofde zich uit om ons alle lokalen te tonen waar we ooit hadden vertoefd. De echtgenotes kregen eindelijk waarvoor ze gekomen waren : opgedirkte verhalen over de Mata Hari, de Stump, de Kup, de Miki, de Bol, de Piepo,... We leerden weer dat Die Eltern geslachtloos zijn, dat er een verband bestaat tussen beer proeven en bier zuipen, dat Dhr. Drappier ooit naar Egypte is gegaan om bruin te worden, dat we van Dhr. Schouteden de raad om met een “mignonne” naar de “rose” te gaan kijken maar liefst een groen blaadje, dat alleen grote ezels trouwen,... en we begonnen zowaar rytmisch te declameren : “arma virumque cano... eh... qui tollit peccata mundi”.
En natuurlijk zoals altijd eindigde het bezoek met “wij willen het zwembad zien”. Terwijl het zwembad als een kweekvijver van geestelijk talent was geconcipieerd, percipieerden veel leerlingen het blijkbaar eerder als een aanzet tot een zwemcarrière.
Terug in het dorp haastten we ons naar onze limousine, bedrijfswagen of koersfiets of liftten mee met klasgenoten die het verder gebracht hadden : de vlucht uit de rauwe actualiteit was weer voorbij.
Toen de heer Berode de obligate opstelletjes “Een mooie dag” van zijn laatste Meldertse klas moest doornemen, zou hij uitgeroepen hebben “mijn oren, dit is op het niveau van de beleggingsadviezen van Paul D’...”.
Een foto van de klas uit 1979 verschenen in het Brugsch Handelsblad :
v.l.n.r. vooraan zittend : een Antwerpenaar, Vergilius, Archimedes, Wim uit Gits;
op de tweede rij : een Antwerpenaar, Patrick uit Alveringem, Bart uit Watou, Jan uit Izegem, Alain uit Pollinkhove, Jean-Pierre uit Sint-Elooisvijve;
Achteraan : Dominiek uit Koolskamp, Dirk uit Dranouter, een Oostvlaming, een Antwerpenaar, Johan uit Westkerke, een Oostvlaming, Peter uit Gits.
Een foto van de overlevers verschenen in “Kempenland” :
v.l.n.r. half geknield : een Westvlaming, een ingeweken Westvlaming;
op de tweede rij : een uitgeweken Westvlaming, een uitgeweken Westvlaming, Francis uit Essen, een uitgeweken Westvlaming;
op de derde rij : een uitgeweken Westvlaming; Peter uit Halen; Ludo uit Kasterlee;
achteraan : Ad uit Meerle / Eindhout.
!
Dirk Boeyaert