|
Natrium vinden we in onze voeding vooral terug onder
de vorm van keukenzout, maar het bevindt zich ook in andere bestanddelen,
zoals bepaalde additieven (natriumnitraat, natriumbenzoaat,
…). Voor de omrekening van natrium naar zout moet u de hoeveelheid natrium
vermenigvuldigen met 2,5.
Als een voedingsmiddel 1 g natrium bevat, stemt dat dus
overeen met 2,5 g zout.
Zout is van nature aanwezig in vele voedingswaren, maar
vaak slechts in een kleine hoeveelheid. Het bevindt zich ook in het grootste
deel van de “bereide” voeding die we dagelijks consumeren, soms in zeer grote
hoeveelheden: brood, vleeswaren (ham, spekblokjes, gerookt spek, ...),
gerookte vis, kaas, worsten, industriële soep, pizza’s, zoute snacks (chips,
crackers, olijven, …), quiches, bereide schotels,
... We vinden het ook terug in producten waar we het niet meteen verwachten,
zoals ontbijtgranen en koekjes.
Maar het zout dat we gebruiken komt ook uit het
zoutvaatje: het zout dat we in toevoegen bij het klaarmaken van de maaltijd
in de keuken of rechtstreeks in ons bord.
In België tonen verschillende onderzoeken over
voedingsgewoonten aan dat de meesten van ons bijna dubbel zoveel zout consumeren als de maximale
aanbevolen hoeveelheid. Overmatig zoutgebruik kan leiden tot ernstige
gezondheidsproblemen, zoals hoge bloeddruk of maagkanker, en een verzwarende
factor zijn bij osteoporose.
Te veel zout
Een volwassene zou maximum 6 g zout (of 2,4 g natrium) per
dag mogen gebruiken.
Voor baby’s van 0 tot 1 jaar is het aan te raden geen zout
toe te voegen: nul gram is de norm!
1- tot 3-jarigen mogen maximaal 1,25 g zout (of 0,5 g
natrium) per dag gebruiken.
4- tot 6-jarigen mogen maximum 1,75 g zout (0,7 g natrium)
per dag gebruiken,
7- tot 10-jarigen 3 g zout (1,2 g natrium)
11- tot 18-jarigen 4 g zout (1,6 g natrium).
Hoe zout minderen?
• eet veel groenten en fruit (ze zijn rijk aan kalium, dat
de negatieve effecten van natrium tegenwerkt), volkorenproducten,
gevogelte en vis; beperk voeding met toegevoegde vetten, rood vlees, snoep en
gesuikerde dranken;
• kies producten met minder, weinig of geen zout;
• geef de voorkeur aan zoutarm brood en/of ontbijtgranen
met een laag zoutgehalte;
• ga niet te vaak naar fastfoodrestaurants,
de voedingswaren daar bevatten meestal veel zout; kies gezonde gerechten in
uw bedrijfsrestaurant of -kantine;
• gebruik in de keuken verse of gedroogde aromatische
planten, kruiden, look, uien, sjalotten, citroensap en balsamicoazijn
om uw maaltijden op smaak te brengen; let wel op: sommige kruidenbereidingen
en condimenten bevatten ook zout, dus kijk goed de
lijst met ingrediënten na;
• zet geen zoutvaatje op tafel, zodat u niet in de
verleiding komt om zout aan uw gerechten toe te voegen;
• proef het eten voor u het kruidt, om er zeker van te
zijn dat u echt zout moet toevoegen;
• controleer altijd het etiket en kies producten met
weinig zout (of natrium, te vermenigvuldigen met factor 2,5 om het
zoutgehalte te bekomen). Per 100 g kan u zich baseren op de
volgende regel: bevat het product 0 tot 0,3 g zout, dan wordt het beschouwd
als zoutarm; 0,3 tot 1,5 g zout wordt gezien als aanvaardbaar; een product
met meer dan 1,5 g geldt als te rijk aan zout en het gebruik ervan moet dus
zoveel mogelijk worden beperkt.
|