|
10 september is uitgeroepen tot de
“Werelddag van de Suïcidepreventie”. In België plegen zeven mensen per dag
zelfdoding, een tienvoud hiervan onderneemt een poging tot zelfdoding. Drie
op de vier zelfdodingen gebeuren door mannen. De gemiddelde leeftijd waarop
een man suïcide pleegt is 45 jaar, voor een vrouw is
dit 50 jaar. Zelfdoding is in Vlaanderen de eerste doodsoorzaak bij mannen
tussen 30 en 50 jaar. Bij vrouwen is zelfdoding de eerste doodsoorzaak in de leeftijdscategoriën 10-14 jaar en 20-35 jaar. Oudere
mannen (+75 jaar) plegen in verhouding het meest
zelfdoding. Ook jongeren vormen een risicogroep: zelfdoding is daar de tweede
doodsoorzaak, na verkeersongelukken.
Er is niet één verklaring waarom mensen zelfdoding plegen.
Meestal gaat het om een opeenstapeling van
problemen en is er een druppel die de emmer doet overlopen. Zelfdoding
lijkt dan de enige manier om een eind te maken aan een ondraaglijke situatie.
In heel veel gevallen (70 tot 80%) kampt de suïcidale persoon met een
psychiatrische aandoening (depressie, verslaving, schizofrenie, ...). Er zijn
niet enkel risicofactoren die kunnen leiden tot suïcidaal gedrag, maar ook
factoren die mensen kunnen beschermen voor
suïcidaal gedrag: een beschermende omgeving, beschikken over gezonde probleemoplossers (vb praten), enzovoort.
De kans dat iemand die reeds een
poging achter de rug heeft effectief suïcide pleegt, is 150 keer groter dan
in de algemene bevolking. De helft van het aantal zelfdodingen werd voorafgegaan
door een poging tot zelfdoding. Elke poging tot zelfdoding is bijgevolg
ernstig te nemen. Het is altijd een noodkreet en een signaal dat het zo niet
verder kan. Niet ingaan op de situatie is een verloren kans om een verdere
evolutie van het suïcidaal gedrag te voorkomen. Een suïcidaal persoon wil
niet zomaar dood, maar ziet geen mogelijkheid meer om op de huidige manier
verder te leven. De meerderheid van zelfdodingen gebeurt in de maanden na een
poging. Elk suïcidaal gedrag creëert een drempelverlaging voor een volgende
stap. Het is belangrijk om na te gaan wat de persoon met dit gedrag wil
bereiken zodat een nieuwe poging kan worden voorkomen.
75% van de mensen die gestorven zijn door zelfdoding,
hadden het vooraf bekendgemaakt. Door hun doodswens ter sprake te brengen,
trekken ze aan de alarmbel. Er zijn verschillende soorten
signalen: directe verbale boodschappen, indirecte verbale boodschappen
(bijvoorbeeld ‘mijn leven is zinloos’, ‘ik ben een last voor jullie’...) en
gedragsmatige signalen (een sombere stemming, afzondering, overdreven gebruik
van alcohol en/of medicatie, afwezigheid van reactie na het verlies van een
naaste, hyperactiviteit, weggeven van persoonlijke spullen,...). Het risico
op suïcidaal gedrag wordt groter wanneer er meerdere signalen gedurende
langere tijd zichtbaar zijn. Het bespreken van zelfmoordgedrag is één van de
manieren om aan zelfmoordpreventie te doen.
De Zelfmoordlijn (02/649 95 55) is de anonieme (gratis)
telefonische hulplijn van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding.
Personen met suïcidale gedachten, maar ook mensen uit hun omgeving,
hulpverleners en nabestaanden kunnen bij de Zelfmoordlijn terecht voor een
hulpverlenend gesprek.
De zelfdodingspreventie van het
Centrum ter Preventie van zelfdoding steunt op de volgende drie pijlers:
• door een emotionele crisis kan iemands wereld zodanig vernauwen dat
zelfdoding meer en meer als enige oplossing opduikt. Dit proces kan op elk
moment worden gestopt;
• de wens om te sterven blijft sterk verbonden met de wens
om te leven, weliswaar op een andere manier;
• één van de belangrijkste aspecten van het menselijk leven is het contact met anderen. Zelfs in
crisissituaties blijft deze behoefte bestaan, voor ieder individu.
Het Centrum start in oktober 2008 met nieuwe opleidingen
voor vrijwilligers bij de Zelfmoordlijn. Naast een opleiding voor
telefonische hulpverlening is er ook een opleiding voor online
hulpverlening voorzien.
www.zelfmoordpreventie.be
|