|
Praat
een tijdje met je kind als het thuiskomt van school. Laat het vertellen over
het voorbije examen, zodat het wat stoom kan afblazen. Stel het gerust en
moedig aan als een toets minder goed werd gemaakt.
- Aanvaard dat je kind
tijdens de toetsperiode wat meer opvliegend en lichtgeraakt is en ga geen
nodeloze discussies aan.
- Stel realistische
verwachtingen: verwacht niet te veel, maar ook niet te weinig.
- Hang het examenrooster in de keuken of huiskamer zodat iedereen in
het gezin kan volgen waarmee je kind bezig is.
- Maak samen met je kind afspraken over de tijdsinvulling
studeren/ontspannen.
- Bepaal op voorhand wat er kan gebeuren als het resultaat
slecht is of als je kind bang is om een slechte toets te maken. Zeker aan het
eind van het schooljaar is het voor je kind van groot belang dat het op
voorhand weet dat er ook in het slechtste geval een oplossing voorzien is.
Maak vooral duidelijk dat er voor alles een oplossing
bestaat en dat je het niet erg vindt als het resultaat wat minder goed zal
zijn, omdat je weet dat je kind zijn best heeft gedaan. Er zal dan ook minder
faalangst zijn.
- Zorg ervoor dat je kind voldoende
slaap krijgt. Wat later naar bed of wat vroeger op kan wel, naargelang je
kind een avond- of ochtendmens is.
- Besteed deze dagen wat extra
aandacht aan het eten. Een stevig of origineel ontbijt moet zeker. De
lievelingsgerechten kunnen worden klaargemaakt, of een lekker hapje als
verrassing tijdens de studiepauze.
- Zorg zo veel mogelijk voor een ontspannen sfeer thuis. Wat humor tussendoor werkt
opbeurend.
- Probeer tussen twee studieperiodes in iets ontspannends te doen met je kind.
- Versterk het zelfvertrouwen van je kind. Wijs niet altijd op wat je kind niet kan en zeg zeker niet dat
het dom of nergens goed voor is.
Geef je kind een pluimpje als het iets wel goed kan.
|